banner

 

omlaag

Ontmoeting in de nacht

Het is een heldere nacht. Geen maan, maar de hemel is gevuld met sterren. Een lichte mist trekt zich over het water en de velden. Het is stil en rustig buiten, haast vredig. Hier kan ik zo intens van genieten. Hier ben ik in een wereld vol mensen, alleen buiten met mijn hondjes en mijn gedachten en de stilte om me heen. Ik voel me goed, beter dan ik me in dagen heb gevoeld.

Ineens staat hij daar recht voor me. Roerloos staren we elkaar aan en even proeven we een vleugje angst van elkaar, terwijl we in een blik elkaar gerust stellen en laten merken geen dreiging voor elkaar te vormen. Ik herkende hem van een aantal dagen geleden toen ik hem voor het eerst ontmoette. Die keer kruiste hij vluchtig mijn pad, maar dit keer bleef hij staan en keek me aan. Het voelde als een begroeting, alsof hij mij ook herkende en wist dat het goed zat.

Het was alsof we elkaars gedachten konden lezen, want op hetzelfde moment besloten we beide onze weg weer voort te zetten in de wetenschap dat we voor elkaar geen dreiging zouden vormen.

Het verbaasd me nog steeds dat de honden hier niets van mee hebben gekregen. Natuurlijk roken ze hem toen we vlak bij de plek waren waar hij de struiken in was gelopen. Gek genoeg werd er verder geen reactie gegeven. Het leek wel of ze begrepen dat het goed was.

Nu ik weet dat het van beide kanten goed zit, hoop ik deze vreemdeling nog eens te mogen ontmoeten. Eigenlijk ben ik er wel zeker van dat dit niet de laatste keer zal zijn dat wij elkaar tegen zijn gekomen.

naar boven

 

Mijn vriend van de nacht

Verzonken in gedachten loop ik door het donker en denk aan mijn mysterieuze vriend. Regelmatig treffen wij elkaar rond deze tijd in de nacht en steeds als ik om deze tijd buiten ben, dan hoop ik weer een glimp van hem op te mogen vangen.

Een aantal dagen geleden wist ik dat hij er was, maar ik kon hem niet zien. Ik voelde zijn aanwezigheid en met een scherpe blik bleef ik om mij heen kijken, maar tevergeefs. Op mijn weg terug naar huis voelde ik zijn ogen priemen in mijn rug en ik keek om. Daar was hij op het donkere pad achter mij zat hij half verscholen achter de grote rietpluimen en volgde elke beweging die wij maakte. Van opwinding deed mijn hart in mijn keel kloppen, ik mocht hem weer zien. Het was immers al weer een paar dagen geleden dat we elkaars pad gekruist hadden. Het deed me goed hem weer te zien, ik zei hem gedag en vervolgde mijn weg terwijl ik hem toefluisterde "tot de volgende keer".

Weer bleef het een paar dagen rustig, maar ik voelde dat hij er was. Ik begon zijn verschijning te missen en deed met opzet op de tijd letten in de hoop hem weer te mogen zien. Helaas, zijn verschijning bleef uit. Op den duur voelde ik ook zijn aanwezigheid niet meer. Het voelde vreemd om de veiligheid van de nacht niet meer te kunnen delen, ik miste hem.

Tot gister. Mijn gevoeld zei me dat hij in de buurt was en ons volgde. Met een scherp oog hield ik alles in de gaten en ja hoor, daar was hij, op de plek waar ik hem voor het eerst ontmoet had. Het deed me goed hem weer te zien en ergens had ik het idee dat dit gevoel door hem gedeeld werd. Hij bleef staan en keek me aan, liep weg, omdat de zwarte gedaantes aan mijn zijde je af deden schrikken, maar je kwam weer terug, alsof hij nog even gedag wilde zeggen en verdween toen in de bosjes.

Zo mooi, zo schitterend, zo vrij. Soms mag ik door zijn ogen meekijken en de vrijheid proeven. Een afstand zal er altijd blijven, dat hoort, maar hij is mijn vriend, mijn vriend van de nacht.

Vanavond voelde ik weer dat je er was. Van een afstand volgde je onze gangen, ik weet het zeker. De vogels waren stil, veel te stil, een teken van gevaar. Jij was in de buurt, maar ik mocht je dit keer niet zien. Mijn gedachten voeren naar de vorige keren dat ik je ontmoette. Ik weet dat het aan jou is wanneer ik jou wel of niet mag ontmoeten, maar mijn menselijke gedachten hopen vurig dat je me vaker komt begroeten. Stilletjes vervolgde ik mijn weg en bij elk geluidje wat ik hoorde hoopte ik dat jij het zou zijn. Plots werd ik uit mijn in de nacht verzonken gedachten getrokken. Een kat kruiste mijn pad en met een ruk aan de riemen werd ik terug naar de realiteit getrokken. Ik herstel me en draaierig verlaat ik de koelte van de nacht en sluit mijn voordeur.

naar boven

 

Terug van weggeweest

De winter heeft lang geduurd en ik heb lang zonder mijn nachtelijke ontmoetingen moeten doen. Ik miste hem en hoewel ik wist dat ik hem een tijdje niet zou zien, bleef ik naar hem uitkijken. Ik vroeg me af hoe lang het zou duren dat ik zonder hem moest doen en of hij überhaupt wel terug zou komen.

De tijd tikte weg en mijn gedachten naar hem zakten steeds meer weg naar de achtergrond.  Tot op een avond, het was eigenlijk nog best vroeg in vergelijking met de andere keren, zag ik hem. Even heel vluchtig van een flinke afstand, maar ik wist dat hij het was. Graag had ik hem van dichterbij willen bekijken, om te zien of hij goed de winter door was gekomen, maar hier moest ik het maar mee doen. Weer ging er een tijd voorbij dat ik zonder mijn vriend moest doen. Tja, het valt natuurlijk ook niet af te dwingen wanneer hij zich wil laten zien.

Eigenlijk verwachtte ik hem niet meer te zien hier, tot hij ineens voor me stond. Jeetje wat schrok ik ervan. Twee meter van mij af kwam hij ineens uit de struiken vandaan en keek me recht in de ogen aan. Netjes bleef ik wachten, zelfs de twee schaduwen toonden hun respect en hielden zich rustig en wachtte rustig af wat hij zou gaan doen. Hij besloot zich terug te trekken om ons te laten passeren. Samen met de honden liep ik langs de struiken waar hij zojuist weer in was verdwenen en zag hem op gepaste afstand ons bekijken.

Ik vervolgde mijn weg, maar voelde dat mijn vriend dicht bij me was. Toen ik omkeek zag ik hem langs het bruggetje lopen. Op de weg terug was hij daar niet meer en net toen ik me af begon te vragen waar hij kon zijn, stak hij weer zijn kop uit de struiken voor me. Ik moest er eigenlijk wel om lachen, het leek wel een groot spel. Dit keer bleef ik staan, zodat hij ons kon passeren, wat hij toen ook deed. Het leek wel of hij was blijven wachten tot we terug zouden keren.

Vlakbij mijn huis deed ik nog even omkijken en zag ik hem midden op de weg staan en naar ons kijken. Wat is hij toch schitterend om te zien. Ik ben blij dat hij er weer is en hopelijk zie ik hem de volgende keer weer.

 

naar vorige lesnaar indexvolgende les

 

omhoog